volg ons

Doelgroepcriteria

Doelgroepcriteria 

Driezorg wil verantwoorde en kwalitatief goede zorg leveren aan haar cliënten. Om dit te kunnen waarborgen heeft Driezorg de keus gemaakt om geen zorg te leveren aan een aantal cliëntgroepen. Op deze pagina wordt beschreven op welke doelgroepen Driezorg zich richt en welke uitsluitingscriteria hierbij gelden.

Doelgroep Driezorg

  • Cliënten met een indicatie voor zorg en/of begeleiding
  • Cliënten met een Wlz-indicatie zonder of met BOPZ.

Uitsluitingscriteria

Driezorg levert geen zorg aan de cliëntengroepen die hieronder nader omschreven worden.

1. Alle locaties:

  • Cliënten met complexe psychiatrische problematiek als voorliggende probleem.
  • Cliënten met complexe verslavingsproblematiek als voorliggend probleem.
  • Cliënten met zeer complexe verpleegtechnische handelingen, zoals bijvoorbeeld cliënten met een tracheacanule, cliënten die afhankelijk zijn van beademing, cliënten met intraveneuze voeding.

2. Voor cliënten die al in zorg zijn bij de thuiszorg of wonen in de verzorgingshuislocaties van Driezorg:

  • Cliënten met dwaalgedrag zodanig dat de veiligheid niet gegarandeerd kan worden.
  • Cliënten met ernstige gedragsproblemen (bijvoorbeeld bij dementie of bij psychiatrische diagnoses) die na interventies onvoldoende begeleid kunnen worden binnen het verzorgingshuis of in de thuissituatie.
  • Cliënten met ernstige agressie gericht tegen andere cliënten of medewerkers die na interventies onvoldoende begeleid kunnen worden.
  • Cliënten die door hun gevorderde dementie baat hebben bij de veiligheid en geborgenheid van een kleinschalige woonomgeving.

3. Cliënten verpleeghuisafdelingen criteria bij opname:

  • Cliënten die met een IBS(in bewaringstelling) en RM (Rechterlijke Machtiging) in crisis worden opgenomen.
  • Cliënten met ernstige gedragsproblemen waardoor:
    Het sociale functioneren binnen de leefgroep van kleinschalig wonen wordt ontwricht en/of de cliënt een gevaar gaat vormen voor de veiligheid of gezondheid van zichzelf en/of anderen waartegen binnen de setting van een groepswoning onvoldoende bescherming kan worden geboden.

4. Cliënten verpleeghuisafdelingen criteria tijdens opname:
Ook binnen de verpleeghuisafdelingen kan de situatie ontstaan dat de huidige woonomgeving niet meer passend is. Omdat binnen de verpleeghuisafdelingen meer expertise aanwezig is voor de begeleiding van cliënten is dit een grote stap. Driezorg vindt dat deze stap alleen gezet kan worden na consultatie van een externe deskundige, bijvoorbeeld een kaderarts psychogeriatrie of het Centrum voor Consultatie en Expertise. Mocht ook de consultatie van deze externe deskundige niet leiden tot een situatie waarin cliënt kan blijven wonen binnen de verpleeghuisafdeling dan besluit het Multidisciplinair Overleg over de vervolg verblijfsituatie. De specialist ouderengeneeskunde bespreekt dit met de wettelijke vertegenwoordiger van de cliënt.