volg ons

Verhalen van cliënten

Meneer Kuper, bewoner van Rivierenhof

"‘Soms zijn er sombere dagen, maar ik ga voor geen schaduw opzij’"

Meneer Kuper, bewoner van Rivierenhof

Bewogen leven

Een warm welkom valt mij deel als ik aanbel bij meneer Kuper. Hij woont in een appartement van Driezorglocatie Rivierenhof. Meneer Kuper, oftewel Jan, heeft een heel bijzonder leven gehad. Als Officier bij het Leger Des Heils, maar ook in de jaren ervoor toen hij in de oorlog moest werken als kraanmachinist in een fabriek voor koper en draadwerken. Hij laat een zwart wit pasfotootje zien en vertelt over een bijzondere ontmoeting in een schuilkelder. Tijdens deze angstige uren, ontmoette hij een Duitse vrouw. ‘Zij ontfermde zich over mij en nam mij mee naar haar huis, daar was ik welkom. Haar enige zoon was in militaire dienst en heeft zij nimmer terug gezien.’ Met deze vrouw had hij jaren later nog contact en kreeg van haar, vlak voordat zij stierf, een gouden dasspeld met hierop de woorden: Geloof, Hoop en Liefde. Nog altijd draagt meneer Kuper deze speld op zijn uniform als dierbare herinnering aan haar. Ze was als een moeder voor hem en zij zag hem als haar zoon. 

Een andere bijzondere ontmoeting was die met zijn vrouw destijds. ‘Ik zag haar tegenover mijn ouderlijk huis staan in een Leger Des Heils uniform en zei tegen mijn collega die bij me was, “Dat is ze, dat is mijn vrouw”.’ En zo geschiedde. Ze trouwden op 25 mei 1955 en kregen drie prachtige jongens en zeven kleinkinderen.


Thuis

In het jaar 2000 kwamen meneer Kuper en zijn vrouw wonen bij Driezorg. ‘Ik vond het direct een mooi appartement. Zijn vrouw beaamde dit en samen betrokken ze hun nieuwe huis.’ Helaas overleed zijn vrouw in 2006. Op de vraag wat voor meneer Kuper een thuis is, heeft hij direct een antwoord. ‘Vertrouwde gezichten, een gezellige sfeer en lekker eten.’ Over de hulp die hij krijgt is hij heel tevreden. ‘Het zijn allemaal aardige mensen en heel behulpzaam.’ Ook over de buurt is hij te spreken, hoewel hij wel graag wil weten wie nieuwe bewoners zijn en wie zijn overleden. ‘Ik vind het toch wel fijn een kaartje te kunnen sturen.’ Sociale contacten zijn voor hem heel belangrijk. Over de veiligheid wil hij nog wel wat kwijt. ‘Ik mis een extra slot op mijn balkondeur en vaak komen er mensen aan de deur met een collecte of koekverkoop, die zich niet kunnen legitimeren.’ Hij is blij dat bewoners recentelijk geïnformeerd zijn over mogelijke babbeltruc s. Hij heeft ook nog wel een tip voor medebewoners. ‘Zet ’s avonds gewoon je bel uit. Dan heb je ook geen last van late bellers.’

Een thuis is voor meneer Kuper ook lekker eten. Zo bezoekt hij graag het restaurant van Rivierenhof. Hoewel minder dan vroeger. ‘Het is door de aankleding minder gezellig.’ Hij heeft concrete ideeën hoe dit te verbeteren en heeft, zo geeft hij aan, de cliëntenraad en directie er al op aangesproken. Over de Vrienden van Rivierenhof niets dan lof. ‘Zij organiseren altijd leuke dingen en ik steun hun dan ook graag.’


Eigen regie

Meneer Kuper doet nog veel zelf, zo vertelt hij trots. ‘Raad eens hoe oud ik ben?’ Voorzichtig noem ik een getal. Dan lachend ‘In juni hoop ik 93 jaar te worden! Ik stof nog en doe andere huishoudelijke klusjes.’ Zijn afscheid heeft hij ook al geregeld. ‘Zo hebben mijn nabestaanden er geen werk mee.’ Hij heeft geen angst voor de dood, zo verzekert hij mij.

Tot slot

Het is duidelijk dat meneer Kuper gek op dieren is. Zo getuigen de aanwezigheid van vele beeldjes, knuffels en afbeeldingen. ‘Ja, ik voel mij hier wel thuis en gelukkig’, mijmert hij. ‘Natuurlijk zijn er ook mindere dagen.’ Hij verwoordt het mooi in een lijfspreuk ‘Soms zijn er wel eens sombere dagen, maar ik ga voor geen schaduw opzij.’ Dat is ook duidelijk te zien. Een vriendelijke man die mij bij afscheid Gods zegen geeft.

Auteur: Elizabeth Alferink

« naar overzicht