volg ons

Verhalen van cliënten

meneer Senz, echtgenoot bewoner De Venus

"De beste en slechtste dag is zondag"

Twee jaar geleden kwam de vrouw van meneer Senz (Henny, 82) terecht bij De Venus. “Helaas ging het niet meer. We hadden geen keus”. Mevrouw Senz (Nardy, 83) werd afhankelijk van 24 uur zorg. Naast haar fysieke beperkingen, heeft zij dementie. “De keuze voor De Venus is puur om de locatie. Ik woon in Hattem en kan hier gewoon op de fiets naartoe”. En dat doet meneer vaak. “Iedere avond is het vaste prik voor mij. Ik probeer zoveel mogelijk bij Nardy te zijn”.


Ik heb een andere vrouw gekregen

Haar missen, valt hem zwaar. “De beste en slechtste dag is de zondag. Dan neem ik haar mee naar huis, maar moet ik aan het einde van de dag haar ook weer wegbrengen”. Het lange termijngeheugen van zijn vrouw is nog prima. “Zij weet feilloos dingen van vroeger in detail te benoemen”. Wel is ze veranderd. “Ik heb echt een andere vrouw gekregen. Het ergste vind ik dat ze niet meer huilt, terwijl ik op mijn oude dag steeds emotioneler wordt”. Genieten doen ze wel van de kleine dingen. “De omgeving is mooi hier. Het uitzicht van Nardy’s kamer is prachtig. Ook genieten we ervan om bij mooi weer op een bankje zitten bij de Ijssel, kijken naar alles wat voorbij vaart”.


Ik neem mijn petje af

Over de zorg die mevrouw op De Venus krijgt, is hij heel tevreden. “En dat vind ik het allerbelangrijkste. Wat ik ook waardeer is dat het personeel er alles aan doet om het hier zo huiselijk mogelijk te maken. Dan zie ik Anneke (red. Zijsveld) weer druk in de weer met van alles. Ook als ik Nardy bezoek, betrekken ze mij ook echt bij wat ze aan het doen zijn in de gezamenlijke huiskamer. Ik neem mijn petje voor hen af hoor”. Eerst geeft hij aan kamer 101 niet te kennen, maar dan herinnert hij zich de opvallende gele kleur. “Ja, van die kamer maak ik ook wel eens gebruik. Fijne kamer, maar niet mijn kleur”, zegt hij met een glimlach.

Voor vragen wendt meneer zich tot zijn eerste contactverzorgende. “Ik kan altijd bij Cynthia Mulder terecht. Geen vraag is te gek”.

Hij merkt dat zijn vrouw ook zorg moet durven vragen. “Dan durft ze niet te zeggen wat ze wil, omdat ze de verpleging niet tot last wil zijn”. Hij lacht: “Onzin, zegt de zuster dan tegen mijn vrouw, als ik dat vertel. Als je niet zegt wat je wilt, kunnen we niet helpen. Gewoon zeggen hoor”! Er is wel verschil in aanpak. “De ene zuster zegt tegen mijn vrouw: Zal ik je oorbellen even in doen vandaag? En de andere wil dat niet”.


Mantelzorger

Van de term ‘mantelzorger’ moet meneer niets hebben. “Ik voel mij geen mantelzorger. Ik ben een echtgenoot en zorg dat ik mijn eigen dingen ernaast houd”. Zo geniet hij van zijn kinderen en kleinkinderen. Onlangs waren meneer en mevrouw Senz maar liefst 57 jaar getrouwd. “Bij ons huwelijk hebben we gezegd ‘tot de dood ons scheidt’. Daar houd ik mij gewoon aan”. Momenteel is meneer Senz bezig met zijn levensverhaal. De titel weet hij al. “Opa vertelt”.

« naar overzicht